Wat zijn de voorwaarden

De ingangsdatum van uw vroegpensioen bepaalt of u een overbruggingsuitkering (OBR) kunt krijgen. Daarnaast mag u niet te veel inkomen en vermogen hebben. Heeft u een partner, dan telt het inkomen en vermogen van uw partner ook mee. 

Kies de ingangsdatum van uw vroegpensioen en lees welke voorwaarden er zijn voor een OBR. 

Lees in 3 stappen of u een OBR kunt krijgen. Stap 1 gaat over uw vroegpensioen, stap 2 over het vermogen en stap 3 over het inkomen.

  1. Stap 1: uw vroegpensioen

    De eerste voorwaarde is dat u op 1 januari 2013 één van de volgende vroegpensioenen ontving:

    • VUT, prepensioen, overbruggingspensioen of functioneel leeftijdsontslag 
    • partnerpensioen
    • particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering voor (vroegere) zelfstandigen
    • particuliere Anw-hiaatverzekering of een particuliere verzekering volgens de WIA (Wet Werk en  Inkomen naar Arbeidsvermogen) of WGA (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering).
    • lijfrente vanwege ontslag (ontslagvergoeding die door uzelf of de werkgever is omgezet in een periodieke uitkering)
    • wachtgelduitkering op basis van een wachtgeldregeling 
    • levensloopregeling
    • uitkering uit een ander land dan Nederland die overeenkomt met één van de bovengenoemde regelingen
    • lijfrente als vroegpensioenuitkering

    De tweede voorwaarde is dat deze uitkering stopt, lager wordt of over gaat in een ouderdomspensioen:

    • in de maand waarin u 65 jaar wordt, of
    • op de eerste dag van de maand na uw 65e verjaardag

    De derde voorwaarde is dat uw partner met AOW geen AOW-toeslag voor u ontvangt.

  2. Stap 2: uw vermogen

    Uw vermogen mag op 1 januari van het jaar waarin u 65 jaar wordt niet hoger zijn dan € 50.000 (bedrag 2021). Uw koopwoning en pensioenvermogen tellen niet mee als vermogen.

    Heeft u een partner? Dan mag het vermogen van u en uw partner samen niet hoger zijn dan € 100.000 (bedrag 2021).

    Voor (vroegere) zelfstandigen geldt nog een extra vrijstelling van € 134.003 (bedrag 2021).

  3. Stap 3: uw inkomsten

    Uw inkomen mag niet te hoog zijn. We bekijken uw inkomen op 2 momenten.

    1. In de maand waarin u 64,5 jaar bent. Uw inkomen mag in die maand niet hoger zijn dan € 3.402,00 bruto.

      Heeft u een partner? Dan telt het inkomen van uw partner ook mee. Het inkomen van u en uw partner samen mag niet hoger zijn dan € 5.103,00 bruto. Eenmalige inkomsten in die maand tellen niet mee.
    2. Bij de ingangsdatum van uw OBR. We kijken dan naar uw inkomen in de maanden waarvoor de OBR geldt. Bent u alleen? Dan mag uw inkomen niet hoger zijn dan € 1.239,02 bruto per maand.

      Heeft u een partner? Dan mag uw inkomen niet hoger zijn dan € 785,00 bruto per maand. Het inkomen van uw partner telt niet mee.

    De OBR is een tijdelijke regeling. Als u bent geboren na 31 december 1957 kunt u geen OBR krijgen.

In 3 stappen leest u of u een OBR kunt krijgen. Stap 1 gaat over uw vroegpensioen, stap 2 over het vermogen en stap 3 over het inkomen.

  1. Stap 1: uw vroegpensioen

    De eerste voorwaarde is dat uw uitkering tussen 1 januari 2013 en 1 juli 2015 is ingegaan en uit één van de volgende regelingen komt:

    • VUT, prepensioen, overbruggingspensioen of functioneel leeftijdsontslag 
    • partnerpensioen
    • nabestaandenpensioen
    • particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering voor (vroegere) zelfstandigen
    • particuliere Anw-hiaatverzekering of een particuliere verzekering volgens de WIA (Wet Werk en  Inkomen naar Arbeidsvermogen) of WGA (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering).
    • lijfrente vanwege ontslag (ontslagvergoeding die door uzelf of de werkgever is omgezet in een periodieke uitkering)
    • wachtgelduitkering op basis van een wachtgeldregeling
    • levensloopregeling 
    • uitkering uit een ander land dan Nederland die overeenkomt met 1 van bovengenoemde regelingen
    • lijfrente als vroegpensioenuitkering

    De tweede voorwaarde is dat deze uitkering stopt, lager wordt of overgaat in een ouderdomspensioen:

    • in de maand waarin u 65 jaar wordt, of
    • op de eerste dag van de maand na uw 65e verjaardag, of 
    • vanaf het moment dat u uw oude AOW-leeftijd bereikt

    De derde voorwaarde is dat uw partner met AOW geen AOW-toeslag voor u ontvangt.

  2. Stap 2: uw vermogen

    Uw vermogen mag op 1 januari van het jaar waarin u uw oude AOW-leeftijd bereikt niet hoger zijn dan € 50.000 (bedrag 2021). Uw koopwoning en pensioenvermogen tellen niet mee als vermogen.

    Heeft u een partner? Dan mag het vermogen van u en uw partner samen niet hoger zijn dan € 100.000 (bedrag 2021).

    Voor (vroegere) zelfstandigen geldt een extra vrijstelling van € 134.003 (bedrag 2021).

  3. Stap 3: uw inkomen

    Uw inkomen mag niet te hoog zijn. Wij bekijken op 2 momenten uw inkomen.

    1. In de 6e maand voor uw oude AOW-leeftijd. Uw inkomen in die maand mag niet hoger zijn dan € 3.402,00 bruto.

      Heeft u een partner? Dan telt het inkomen van uw partner ook mee. Het inkomen van u en uw partner samen mag in die maand niet hoger zijn dan € 5.103,00 bruto. Eenmalige inkomsten in die maand tellen niet mee.
    2. Bij de ingangsdatum van uw OBR. We kijken dan naar uw inkomen in de maanden waarvoor de OBR geldt. Bent u alleen? Dan mag uw inkomen niet hoger zijn dan € 1.239,02 bruto.

      Heeft u een partner? Dan mag uw inkomen niet hoger zijn dan € 785,00 bruto per maand. Het inkomen van uw partner telt niet mee.

    De OBR is een tijdelijke regeling. Als u bent geboren na 30 september 1954 kunt u geen OBR krijgen.

Is uw vroegpensioen ingegaan na 30 juni 2015? Dan krijgt u geen OBR.

Your Europe - Deze pagina is onderdeel van een kwaliteitsnetwerk van de Europese Unie
Your Europe - Deze pagina is onderdeel van een kwaliteitsnetwerk van de Europese Unie

Laatste check: 1 december 2021