Hoe wordt de vergoeding berekend

Voor de eerste en tweede sluitingsperiode berekent de Belastingdienst/Toeslagen voor alle ouders de vergoeding per periode opnieuw. Hiervoor gebruikt de Belastingdienst/Toeslagen de toeslaggegevens die op 1 mei 2022 bekend zijn over de sluitingsperiodes.

Hogere of lagere vergoeding

Komt uit de nieuwe berekening van een sluitingsperiode een hogere vergoeding? Dan krijgt u het verschil voor die periode nabetaald. 

Komt uit de nieuwe berekening van een sluitingsperiode een lagere vergoeding? Dan hoeft u het bedrag dat u te veel heeft ontvangen voor die periode niet terug te betalen.

Als de nieuw berekende vergoeding anders is dan de vergoeding die u eerder kreeg, dan komt dat omdat één of meer van onderstaande gegevens is veranderd: 

• toetsingsinkomen
• opvangsoort/maximum uurtarief
• aantal opvanguren
• aantal kinderen

Het kan zijn dat u voor één periode te veel heeft gehad en voor de andere periode te weinig. Dit wordt niet met elkaar verrekend. U krijgt dan een nabetaling voor de periode dat u te weinig heeft gekregen.

De Belastingdienst/Toeslagen berekent elke periode apart. 

Voorbeeld voor twee sluitingsperiodes

Dit is een voorbeeld voor een gezin dat voor sluitingsperiode 1 en 2 al een vergoeding heeft gekregen. Daarom heeft de Belastingdienst/Toeslagen de vergoeding voor beide sluitingsperiodes opnieuw berekend.

Sluitingsperiode 1

vergoeding nieuwe berekening € 450
vergoeding die u eerder kreeg €  300 - (dus te weinig)
bedrag nabetaling                        € 150

U krijgt voor deze periode nabetaald

Sluitingsperiode 2

vergoeding nieuwe berekening € 200
vergoeding die u eerder kreeg   € 300 - (dus te veel)
bedrag nabetaling €                            0

U ziet € 0 omdat vergoeding nieuwe berekening lager is dan de vergoeding die u eerder kreeg. U hoeft niets terug te betalen 

In dit voorbeeld krijgt u in totaal € 150 nabetaald.