AOW-pensioen

Wat verstaat de SVB onder 'samen wonen'

Voor de SVB woont u samen als u ongehuwd bent en een gezamelijke huishouding met een andere ongehuwde, meerderjarige persoon heeft. U woont samen als u:

  • samen met iemand van 18 jaar of ouder in dezelfde woning woont én
  • u en de ander bijdragen aan het huishouden

Bijdragen aan het huishouden betekent:

  • financieel bijdragen aan de kosten van het huishouden óf
  • op een andere manier voor elkaar zorgen in het huishouden.

Bij de financiéle bijdrage gaat het bijvoorbeeld om woonkosten, kosten levensonderhoud en overige uitgaven. De financiéle bijdrage moet enige omvang hebben en vaker zijn dan af en toe. Voor elkaar zorgen betekent bijvoorbeeld het huishouden doen, boodschappen doen, koken, of verzorgen bij ziekte. Ook deze zorg moet enige omvang hebben en vaker zijn dan af en toe.

Wij noemen de meerderjarige persoon met wie u samen woont uw 'partner'. Dat kan uw levenspartner, vriend of vriendin zijn, maar ook een broer, zus of kleinkind. Maar niet uw eigen kind, of vader of moeder. Iemand die samenwoont, krijgt een gehuwdenpensioen van 50% van het netto minimumloon.

Hieronder staan enkele voorbeelden.

  • Levenspartner

    U heeft een relatie met Hans (64). Hij woont bij u, betaalt mee aan de boodschappen en deelt in andere kosten van het huishouden. Ook kookt hij, houdt de tuin bij, helpt met schoonmaken en doet klusjes.

    U krijgt het gehuwdenpensioen. U heeft een gezamenlijke huishouding met Hans. Hans draagt namelijk financieel bij en helpt ook in het huishouden. Ook als hij alleen financieel bijdraagt of alleen helpt in het huishouden is er sprake van bijdragen aan het huishouden.

  • Eigen kind

    Uw dochter Sandra (32 jaar) woont bij u in huis. Sandra betaalt mee aan vaste lasten zoals de huur, boodschappen en energie. Ook helpt zij dagelijks met van alles, zoals koken, boodschappen doen, schoonmaken en klusjes in het huis.

    U krijgt het ongehuwdenpensioen. Ieder draagt bij aan het huishouden, zowel financieel als door op een andere manier voor elkaar te zorgen. U heeft een gezamenlijke huishouding. Maar omdat u met uw eigen kind samenwoont, wordt u niet gelijkgesteld met een gehuwde.

  • Kleinzoon

    Uw kleinzoon Joost (21 jaar) is student en woont bij u in huis. Hij betaalt maar af en toe mee aan de boodschappen en doet af en toe een klusje.

    U krijgt het ongehuwdenpensioen. Joost draagt bijna niets bij aan het huishouden. Daarom heeft u geen gezamenlijke huishouding met hem.

Soms toch een AOW-pensioen voor een alleenstaande

Woont u met iemand anders in huis? Dan kunt u toch een (hoger) AOW-pensioen voor een alleenstaande krijgen als u op het zelfde adres woont met: 

  • uw kind (eigen kind, stief of pleegkind), vader of moeder
  • een kleinkind dat jonger dan 18 is
  • en andere persoon maar deze draagt niet bij aan het huishouden
  • twee of meer personen die beiden ook bijdragen aan het huishouden
  • een persoon met wie u een commerciële relatie heeft
Meer informatie leest u in de brochure 'AOW en gezamenlijke huishouding'.