AOW-pensioen

U woont met meerdere personen

U woont in uw huis met twee of meer andere meerderjarige personen. Wat zijn dan de gevolgen voor de AOW?

U bent getrouwd of geregistreerd partner: 50% van het netto minimumloon

Bent u getrouwd met of geregistreerd partner van één van de bewoners en heeft u de AOW-leeftijd? Dan krijgt u een AOW-pensioen van 50% van het netto minimumloon. Heeft uw partner ook de AOW-leeftijd? Dan krijgt hij of zij ook een gehuwdenpensioen van 50%.

U bent niet getrouwd

Als u met 2 of meer andere meerderjarige personen in een huis woont, bekijken wij met welke van deze personen u voldoet aan de voorwaarden van 'samenwonen'. Voor de SVB woont u samen als u ongehuwd bent en een gezamenlijke huishouding met een andere ongehuwde, meerderjarige persoon heeft. U woont samen als:

  • u samen met iemand van 18 jaar of ouder in dezelfde woning woont én
  • u en de ander bijdragen aan het huishouden

Bijdragen aan het huishouden betekent:

  • financieel bijdragen aan de kosten van het huishouden óf
  • op een andere manier voor elkaar zorgen in het huishouden

Bij de financiële bijdrage gaat het bijvoorbeeld om woonkosten, kosten levensonderhoud en overige uitgaven. De financiële bijdrage moet enige omvang hebben en vaker zijn dan af en toe. Voor elkaar zorgen betekent bijvoorbeeld het huishouden doen, boodschappen doen, koken, of verzorgen bij ziekte. Ook deze zorg moet enige omvang hebben en vaker zijn dan af en toe.

Woont u met slechts één van de andere personen (niet uw eigen, stief- of pleegkind)? Dan beschouwen wij u als partners. U krijgt dan een gehuwdenpensioen van 50%. Als uw partner ook de AOW-leeftijd heeft, krijgt hij of zij ook een pensioen van 50%.

Welk AOW pensioen krijgt u?

Bent u ongehuwd en woont u met twee of meer ongehuwde personen? Welk pensioen u krijgt hangt af van de situatie:

  • Draagt ieder bij aan het huishouden? Dan krijgt u het ongehuwdenpensioen (70% van het netto minimumloon).
  • Draagt alleen u bij aan het huishouden? Dan krijgt u het ongehuwdenpensioen.
  • Dragen u en maar één andere persoon bij aan het huishouden? Dan heeft u met die persoon een gezamenlijke huishouding en krijgt u het gehuwdenpensioen (50% van het netto minimumloon). Ook al woont u met meer personen.

Hieronder staan enkele voorbeelden.

  • Partner en eigen kind

    U woont samen met uw partner Saskia (58 jaar) en jullie gezamenlijke dochter Louise (22 jaar). U deelt met Saskia de kosten van het huishouden. Louise studeert nog en betaalt wel af en toe een boodschap. 

    U krijgt het gehuwdenpensioen. U heeft een gezamenlijke huishouding met Saskia. Saskia draagt financieel bij aan het huishouden en Louise draagt bijna niets bij aan het huishouden.

  • Nicht met dochter

    Uw nicht Sanne (49 jaar) woont met haar kind Emma (29) bij u in huis. Sanne en Emma werken allebei en betalen mee aan vaste lasten zoals de huur, boodschappen en energie. Ook helpen zij dagelijks met van alles, zoals koken, boodschappen doen, schoonmaken en klusjes in het huis. 

    U krijgt het ongehuwdenpensioen. Iedere persoon draagt namelijk bij aan het huishouden, zowel financieel als door voor elkaar te zorgen. U heeft dus een gezamenlijke huishouding met allebei.

  • Vriend en vriendin

    U woont in één huis met een vriend (Peter, 59 jaar) en vriendin (Ellen, 56 jaar). Ieder betaalt zijn deel in de kosten. Daarbij heeft ieder zijn taak in het huishouden, zoals koken, klusjes doen, boodschappen doen en schoonmaken. Ook verzorgt u elkaar bij ziekte.

    U krijgt het ongehuwdenpensioen. Peter en Ellen dragen bij in de kosten van het huishouden. Daarbij zorgt u voor elkaar in het huishouden. U heeft een gezamenlijke huishouding met twee andere personen

  • Broer met zoon

    Uw broer Mark (55 jaar) is na zijn echtscheiding met zijn zoon Sam (20 jaar) bij u ingetrokken. Samen met Mark betaalt u de kosten van het huishouden. Verder doet Mark de administratie en regelt de belastingaangifte van u beiden. Mark kookt af en toe, doet boodschappen en helpt soms met klusjes. Sam studeert, heeft een klein bijbaantje en betaalt niet mee aan het huishouden. Hij is vooral thuis om te studeren. 

    U krijgt het gehuwdenpensioen. U en uw broer betalen samen de kosten van het huishouden en Mark helpt ook in het huishouden. Sam betaalt niets, helpt niet in het huishouden en draagt dus niet bij aan het huishouden. U heeft een gezamenlijke huishouding met één andere persoon, Mark.