AOW-pensioen

Uw partner gaat naar een verpleeghuis of instelling voor beschermd wonen

Zolang u samen in één huis woont, krijgen u en uw partner allebei een AOW-pensioen voor gehuwden. Dat is 50% van het netto minimumloon. In 2 situaties kunt u een AOW-pensioen voor ongehuwden aanvragen:

  • uw partner woont langdurig in een verpleeghuis, of
  • uw partner woont in een instelling voor beschermd wonen.

U blijft gewoon getrouwd, maar krijgt dan beiden een AOW-pensioen voor een ongehuwde van 70% van het netto minimumloon.

Het aanvragen van een AOW-pensioen voor ongehuwden lijkt gunstig, omdat u en uw partner een hogere AOW krijgen. Maar er zijn ook nadelen (zie hieronder).

Aanvragen van een AOW voor ongehuwden heeft nadelen

Het is niet voor iedereen voordelig om een AOW-pensioen voor ongehuwden aan te vragen.

  • U gaat waarschijnlijk meer belasting betalen.
  • Het CAK ziet u ook als ongehuwd. Daarom kan de bijdrage voor de WLZ (Wet langdurige zorg) of de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) veel hoger worden. Het CAK stelt de hoogte van deze bijdrage vast.
  • U krijgt misschien minder zorg- en/of huurtoeslag.
  • Mogelijk heeft het ook gevolgen voor uw eventuele bedrijfspensioen.
  • Een verandering van uw AOW-pensioen heeft misschien gevolgen voor een Wuv-uitkering, een Wubo-uitkering of een buitengewoon pensioen. Informeer hierover bij SVB Leiden.
  • Bij overlijden krijgt de overlevende partner geen overlijdensuitkering AOW.

Neem voor meer informatie hierover contact op met de Belastingdienst, het CAK en eventueel uw pensioenfonds. Pas daarna kunt u bepalen of het voor u voordelig is of niet.

Als u besluit om het AOW-pensioen voor gehuwden te houden, hoeft u niets te doen. Kiest u voor het ongehuwdenpensioen, dan regelen wij dit zodra wij uw verzoek hebben ontvangen.

Heeft u gekozen voor het ongehuwdenpensioen? Dan mogen wij dit daarna, zolang uw partner is opgenomen, niet meer terugdraaien.