AOW-pensioen

Loonheffing en loonheffingskorting

Op uw AOW-pensioen houden wij loonheffing in. Loonheffing bestaat uit loonbelasting en premie volksverzekeringen. U hoeft niet over uw hele inkomen belasting en premies te betalen. U mag gebruik maken van de loonheffingskorting. Door deze korting betaalt u minder belasting en premies. De loonheffingskorting bestaat uit verschillende heffingskortingen.

Welke heffingskortingen kunt u krijgen op uw AOW?

Welke heffingskortingen u krijgt, hangt af van uw persoonlijke situatie. Op uw AOW kunt u maximaal 3 heffingskortingen krijgen:

1. Algemene heffingskorting

Als uw belastbare inkomen lager is dan € 20.384, is de algemene heffingskorting € 1.268. Als uw inkomen hoger is, hangt de hoogte van de algemene heffingskorting af van uw inkomen.

2. Ouderenkorting

Vanaf 1 januari 2019 verandert de berekening van de ouderenkorting. De ouderenkorting wordt vanaf die datum afgebouwd. Er wordt gekeken naar uw inkomen. Hoe hoger uw inkomen, hoe lager de ouderenkorting. Tot een verzamelinkomen van € 36.783 is de volledige ouderenkorting € 1.596. Boven dat inkomen wordt de ouderenkorting met 15% afgebouwd tot nul. Wij passen de afbouw nooit toe, omdat de AOW altijd lager is dan € 36.783.

Het verzamelinkomen is het totaal van uw inkomsten en aftrekposten in de 3 boxen, zonder uw verrekende verliezen over vorige jaren.

Voorbeeld 1: u heeft in 2019 de AOW-leeftijd en u heeft een verzamelinkomen van € 25.000. Uw ouderenkorting is € 1.596.

Voorbeeld 2: u heeft in 2019 de AOW-leeftijd en u heeft een verzamelinkomen van € 40.000. De afbouw is 15% x (€ 40.000 - € 36.783) = € 482. Uw ouderenkorting wordt verlaagd tot € 1.114 (€ 1.596 - € 482).

3. Alleenstaande ouderenkorting

Als u een AOW-pensioen voor een alleenstaande ontvangt, krijgt u een korting van € 429.