TOG
De TOG vanaf 1 april 2010
01-04-2010De overheid heeft de regels voor de TOG veranderd. Vanaf 1 april 2010 kunt u alleen een TOG ontvangen als u voor uw kind een indicatie heeft volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Door deze verandering kunnen alleen kinderen die intensieve zorg nodig hebben, een TOG krijgen.
Waarom een AWBZ-indicatie?
De situatie van ieder kind is anders, maar de beoordeling of een kind TOG kan krijgen moet voor alle kinderen hetzelfde zijn. Daarom gaat de TOG uit van de AWBZ-indicatie. In deze indicatie wordt berekend hoeveel uur zorg een kind nodig heeft. Deze berekening wordt gedaan door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of Bureau Jeugdzorg (BJZ). Heeft uw kind een AWBZ-indicatie van gemiddeld 10 uur zorg of meer per week? Dan kunt u voor uw kind een TOG krijgen.
Heeft u nog geen AWBZ-indicatie?
Als uw kind ziek of gehandicapt is, krijgt u meestal automatisch te maken met AWBZ-zorg. Vaak wordt u doorverwezen door bijvoorbeeld een instelling of ziekenhuis. Mocht u op dit moment nog geen AWBZ-indicatie hebben voor uw kind, houdt u er dan rekening mee dat u deze mogelijk niet alsnog kunt krijgen.
Extra financiële tegemoetkoming
Naast de TOG kan een extra tegemoetkoming worden betaald. Dit kan als u over heel 2010 de volledige TOG heeft ontvangen en als u of uw partner geen of een laag inkomen heeft. Deze tegemoetkoming is alleen voor mensen met een (fiscale) partner. Voor een alleenstaande ouder geldt deze tegemoetkoming niet.
Heeft u over heel 2010 een TOG ontvangen en heeft u of uw partner geen of een laag inkomen? Dan ontvangt u de extra tegemoetkoming voor het eerst in 2011.

