BDZ
Verschillende soorten nabestaandenrenten
Er zijn verschillende soorten Duitse nabestaandenrenten.
| Voor wie | Welke soort Rente |
|---|---|
| De overlevende partner | Witwen-/Witwerrente |
| De overlevende, niet hertrouwde ex-partner, die gescheiden is vóór 1 juli 1977 | Geschiedenen-Witwen-/Witwerrente |
| De overlevende, niet hertrouwde ex-partner, die gescheiden is ná 30 juni 1977 | Erziehungsrente |
| De overlevende hertrouwde ex-partner - gescheiden vóór 1 juli 1977 - van wie het tweede huwelijk is geëindigd door overlijden of echtscheiding | Witwerrente nach dem vorletzten Ehegatten |
| Het kind van de overledene | (Halb)waisenrente |
Witwen-/Witwerrente (hoge en lage nabestaandenrente)
Er is een hoge en een lage nabestaandenrente. Meer informatie hierover vindt u op de pagina Wat krijgt de nabestaande.
Geschiedenen-Witwen-/Witwerrente (Rente voor gescheiden echtgenoten)
Ook een ex-partner van de overledene kan een nabestaandenrente krijgen als:
- hij of zij is gescheiden vóór 1 juli 1977, én
- voorafgaand aan het overlijden alimentatie is betaald of geëist.
Verder werkt deze uitkering hetzelfde als de Witwen-/Witwerrente.
Erziehungsrente
Is de overledene minimaal 5 jaar in Duitsland verzekerd geweest? Dan kan de ex-partner een nabestaandenrente krijgen tot zijn of haar 65e als hij of zij:
- gescheiden is na 30 juni 1977, én
- een eigen kind opvoedt, én
- niet is hertrouwd.
Witwerrente nach dem vorletzten Ehegatten
Als de overledene minimaal 5 jaar in Duitsland verzekerd is geweest, kan de ex-partner ook een nabestaandenrente krijgen als hij of zij:
- gescheiden is vóór 1 juli 1977, én
- daarna hertrouwd is, én
- ditt tweede huwelijk is ontbonden door overlijden of echtscheiding.
(Half)wezenrente
Kinderen onder de 18 jaar kunnen een halfwezenrente krijgen als één van de ouders overlijdt. Overlijden beide ouders, dan kan het kind een wezenrente krijgen als de laatst overleden ouder verzekerd was. Volgt het kind een opleiding of is het gehandicapt, dan kan de uitkering doorlopen tot hij of zij 27 wordt.
De landen van de EU hebben afgesproken dat een kind maar uit één EU-land een (half)wezenrente kan krijgen. Dit is meestal het woonland – in dit geval Nederland. Mogelijk betaalt het andere land – in dit geval Duitsland - een aanvulling.

