BBZ
Overlevingspensioen in België
Een Belgische nabestaandenuitkering heet een overlevingspensioen. Als u komt te overlijden, kan uw echtgenoot dit pensioen krijgen. Als u in Nederland woont, vraagt de nabestaande het overlevingspensioen aan bij de SVB.
Wanneer krijgt uw partner een overlevingspensioen?
Uw partner krijgt een overlevingspensioen als hij of zij met u getrouwd was én:
- 45 jaar of ouder is, of
- voor minstens 66% arbeidsongeschikt, of
- een kind opvoedt.
Voldoet uw partner niet aan deze voorwaarden, dan krijgt hij of zij het overlevingspensioen pas op 45-jarige leeftijd. Soms kan uw partner toch maximaal 12 maanden een tijdelijk overlevingspensioen krijgen.
Hoogte van het overlevingspensioen
De hoogte van het overlevingspensioen is gebaseerd op het aantal jaren dat de overledene verzekerd was. Er zijn 2 situaties:- De overledene kreeg op de dag van overlijden een rustpensioen: dan krijgt uw partner 80% van dit rustpensioen als overlevingspensioen.
- Op de dag van overlijden kreeg de overledene nog geen rustpensioen. Uw partner krijgt dan 80% van het rustpensioen dat de overledene zou hebben ontvangen als hij op de dag van overlijden de pensioenleeftijd had bereikt.
Vakantiegeld
Vanaf het tweede jaar dat uw partner overlevingpensioen ontvangt, krijgt hij of zij vakantiegeld. Dit wordt betaald in de maand mei, als in die maand ook recht op een overlevingspensioen is. Het vakantiegeld is hetzelfde als 1 maand overlevingspensioen. Het maximum brutobedrag aan vakantiegeld is € 591,75.
Wanneer stopt het pensioen?
Het overlevingspensioen stopt als de overlevende partner jonger is dan 45 jaar en geen kinderen meer opvoedt, of niet meer arbeidsongeschikt is. In de volgende situaties stopt het pensioen ook:
- De overlevende partner hertrouwt.
- De overlevende partner krijgt meer loon dan een bepaald bedrag.
- De overlevende partner krijgt zelf een wettelijk ouderdomspensioen.

